Gisteren zocht ik in de supermarkt naar een zakje rauwkost voor op mijn broodje kaas. In het schap lagen ook zakjes gesneden witte kool: de basis voor Atjar tjampoer. Ik ben gek op de Atjar die bij de Babi Pangang van de Chinees meegeleverd wordt en ben al lang van plan dit ook eens zelf te maken.

De basis voor de Atjar is witte kool. Daarnaast kun je er van alles bijdoen: paprika, tauge, bloemkoolroosjes, boontjes, wortels en andere harde groenten (geen bladgroenten). Je hebt verder nog het volgende nodig:

  • een fles witte azijn
  • suiker
  • zout
  • een theelepel mosterdpoeder
  • een theelepel laos (galanga)
  • een theelepel djahé (gemberpoeder)
  • een volle eetlepel geelwortelpoeder (koenjit of kurkuma)
  • een eetlepel olie
  • 2 teentjes geperste knoflook
  • 2 zeer fijn gesneden uitjes
  • een theelepel sambal of een fijngesneden pepertje

Doe wat olie in een pan en fruit hierin de uitjes en de knoflook. Haal de pan van het vuur en meng de kruiden en een beetje water erdoor. Zet de pan weer op het vuur en roer tot de kruiden opgelost zijn. 

Breng gelijke delen water en azijn aan de kook. Proef even van het mengsel, vind je het te zuur, voeg dan water toe, is het niet zuur genoeg, voeg dan azijn toe. Kook de groenten beetgaar. (Let op, niet alle groenten hebben dezelfde kooktijd nodig, de groenten die het langst moeten koken dus eerst!)

Als de groenten beetgaar zijn, kun je het kruidenmengsel erdoor roeren. Proef even en voeg suiker toe naar smaak. Als de atjar op smaak is, dan giet je het kookvocht af in een andere pan (je hebt het zometeen weer nodig). Schep de groenten in potten. Breng het kookvocht opnieuw aan de kook en giet de potten vol tot aan de rand. Schroef vervolgens direct het deksel erop. 

Bewaar de Atjar in de koelkast.