In de herfst kreeg ik nogal wat appelen van mijn buurvrouw. Goed om een appeltaart van te bakken. Dat is een hele klus, maar wel heel lekker! Ik heb het recept uit het Margriet kookboek van mijn schoonmoeder, onovertroffen! Ze heeft er ook nog wat eigen recepten in laten zitten, die moet ik nog eens proberen. Hieronder de ingrediënten voor de appeltaart:

  • 350 gram zelfrijzend bakmeel (of bloem met bakpoeder)
  • 250 gram boter
  • 175 gram suiker (ik gebruik zelf altijd wat minder, ongeveer 150 gram)
  • minstens een kilo appelen, in het kookboek schrijven ze gouddreignetten voor, die van mijn buurvrouw zijn ook heerlijk friszuur
  • 100 gram suiker (als je een zoete taart wil maken, ik sla dit altijd over)
  • twee zakjes vanillesuiker
  • twee theelepels kaneel (meer is beter)
  • rozijnen 
  • een eitje
  • kaneelpoeder

Natuurlijk heb ik het recept niet helemaal gevolgd, maar er mijn eigen twist aan gegeven:

Meng het meel, de boter (in stukjes gesneden) en de suiker in je keukenmachine. Als het geheel een beetje korrelig wordt kun je stoppen en verder met de hand kneden. Het gaat erom dat het uiteindelijk een samenhangende bal wordt. Laat je deeg 10 minuten rusten in de koelkast. Pak je springvorm en vet die in met wat boter (een spray uit de supermarkt is heel handig!). Bekleed de vorm met twee derde van het deeg. Schil je appelen, haal de klokhuizen eruit en snijd ze in zo dun mogelijke plakjes, een kaasschaaf is prima. Je kunt ook je keukenmachine gebruiken met een slice-schijf. Leg ongeveer een derde van je appelen in de beklede vorm, strooi er wat suiker, kaneel (meer is beter) en rozijnen over. Herhaal dit twee keer. 

Dan is het tijd voor de top van de taart. Het derde deel van het deeg dat je overhebt, moet nu in reepjes gesneden worden. Dat is niet moeilijk, als je maar genoeg bloem gebruikt. Leg je deeg op het aanrecht, strooi er bloem over en rol met een deegroller (of fles, kan ook) tot het een plat geheel ((1/2 cm) wordt. Snijd er dan met een (pannenkoeken)mes reepjes van en leg die over de taart. Leg reepjes in een ruitvorm over de taart. Bestrijk aan het eind de bovenkant met een los geklopt eitje, wordt ie mooi bruin van. 

Bakken: afhankelijk van je oven. In mijn oven gebruik ik een beetje stoom en circulatiewarmte (180 graden). Kijk in de gebruiksaanwijzing van je oven. Afkoelen: eerst een kwartiertje afkoelen, daarna een bord er over leggen met een beetje open ruimte, zodat de overtollige warmte weg kan.